Beloning Uitvinders

Uitvinders hebben recht op een derde van de winst die voorkomt uit de vinding

In Nederland is wettelijk geregeld dat intellectueel eigendom in bepaalde gevallen eigendom is van de werkgever. Dit geldt onder andere voor universiteiten. Hoe dit gedaan wordt staat in de CAO Nederlandse Universiteiten 2011-2014. In de wet is ook geregeld dat werknemers een ‘billijke vergoeding’ moeten krijgen indien de werkgever gebruik maakt van de vinding. TU Delft heeft in dit kader de 1/3de regeling geïmplementeerd. Hierin staat dat uitvinders recht hebben op een derde van de winst die voorkomt uit de vinding.

TU Delft mag binnen een termijn van zes maanden na aanmelding gebruik maken van het recht op intellectueel eigendom in de zin van het aanvragen van wettelijke bescherming en/of het opstellen van een plan van aanpak voor exploitatie. Zodra de zes maanden verstreken zijn zonder dat TU Delft daadwerkelijk van de aan haar overgedragen rechten gebruik heeft gemaakt, is de werknemer gerechtigd deze terug te vorderen tegen gemaakte kosten.

Indien de werknemer vervolgens overgaat tot exploitatie, is hij een vergoeding aan de TU Delft verschuldigd, onder meer de door de TU Delft geïnvesteerde kosten, waaronder begrepen loonkosten, en de kosten van aan de werknemer ter beschikking gestelde faciliteiten. . Wanneer de TU Delft wel gebruik maakt van de rechten is de 1/3de regeling van toepassing.

1/3de regeling

De drie technische universiteiten in Nederland hebben gezamenlijk vastgesteld hoe uitvinders beloond worden voor hun vinding, om daarmee invulling te geven aan de billijke vergoeding waar uitvinders recht op hebben. Naast de beloningsstructuur zorgt het 1/3de beleid ook voor bewustzijn als het gaat om de waarde van intellectueel eigendom en is het bedoeld als een middel om kennisvalorisatie te stimuleren. De 1/3 regeling wordt voor de uitvinder als zeer gunstig gezien; dit blijkt uit toetsing aan relevante jurisprudentie.

De regeling is van toepassing op alle resultaten die binnen een aanstelling bij TU Delft tot stand zijn gekomen, dus op intellectuele eigendomsrechten die op naam van de TU Delft zijn geregistreerd maar ook op niet-geregistreerd intellectueel eigendom. Geregistreerd of niet-geregistreerd intellectueel eigendom dat voor de totstandkoming eigendom van derden is geworden valt niet onder de regeling.

De winst die voortvloeit uit de exploitatie door licentie, spinout of verkoop van dit intellectueel eigendom en die toekomt aan de TU Delft wordt verdeeld onder de gezamenlijke uitvinders, de faculteit en het Valorisation Centre/ Delft Enterprises, ieder 1/3 deel, vandaar de naam van de regeling. De 1/3de van de gezamenlijke uitvinders wordt verdeeld naar rato van hun aandeel in de vinding (aan te geven in het eIDF).

Als er reeds andere afspraken zijn gemaakt met de uitvinder omtrent de beloning voor de vinding vervalt daarmee de aanspraak van de uitvinder op de 1/3de regeling. Bijvoorbeeld als de uitvinder aandeelhouder is in de spinout die het intellectueel eigendom exploiteert. Over iedere uitbetaling die plaatsvindt op basis van de regeling is de uitvinder belasting verschuldigd.