Exploitatie IE

Voor intellectueel eigendom van de TU Delft wordt onderzocht hoe de vinding het beste de weg naar de markt kan vinden

Om een uitvinding impact te laten hebben in de maatschappij moet de vinding buiten de universiteit zichtbaar worden. Een logische manier om dit te doen is door de vinding te koppelen aan een marktpartij. Voor intellectueel eigendom van de TU Delft wordt onderzocht hoe de vinding het beste de weg naar de markt kan vinden; via een licentienemer of via een onderneming.

Nadat een octrooi is aangevraagd start een business development traject binnen het Valorisation Centre. Dit proces bestaat uit drie fases:

> Fase 1: Initiële marktanalyse
> Fase 2: Het zoeken van partners
> Fase 3: Overdracht/ Licentieovereenkomst/ Term sheet

Om een uitvinding impact te laten hebben in de maatschappij moet de vinding buiten de universiteit zichtbaar worden.

Fase 1

In fase 1 wordt het IDF als uitgangspunt gebruikt. De ontbrekende informatie wordt zoveel mogelijk aangevuld samen met de uitvinder. Als het IE vrij is om commercieel te exploiteren, is de volgende stap om een beeld te vormen van de toepassing van de vinding en de mogelijke markt. De haalbaarheid van een marktintroductie is onder andere afhankelijk van het stadium van ontwikkeling van de technologie (technology readiness level of TRL). Afhankelijk van de situatie wordt een keuze gemaakt voor een exploitatiemodel; licentie of spin-out.

Fase 2

In fase 2 worden potentiele partners geselecteerd. De business developer peilt de interesse voor het IE in de markt. Belangrijke input hierbij is het netwerk van de uitvinder. In veel gevallen gaat de voorkeur uit naar een langdurige relatie tussen TU Delft en de partner, waarbij de technologie verder ontwikkeld wordt. De rol die de uitvinder hierin kan en wil spelen bepaalt in grote mate met welke partner de we nader in gesprek gaan. Voor de beslissing of het octrooi wordt doorgezet na het prioriteitsjaar (na 12 maanden), moet fase 2 afgerond zijn.

Fase 3

In fase 3 wordt op basis van de informatie uit fase 1 en 2 een contract onderhandeld met de meeste gerede partij. Het doel is om afspraken te maken over de manier waarop deze partij gebruik mag maken van het intellectueel eigendom. In het geval van een licentie is een definitieve licentieovereenkomst het resultaat van fase 3. Wanneer gekozen is voor het oprichten van een spinout worden de hoofdlijnen van de transactie onderhandeld en vastgelegd in een termsheet. Hierin is onder andere vastgelegd wat elke partij bijdraagt en hoe de aandelen verdeeld worden. De getekende koopovereenkomst, licentieovereenkomst of term sheet is de afronding van het business development-traject.

Wanneer in het geval van een spin-out een term sheet is getekend, betekent dit dat alle partijen het eens zijn over de hoofdlijnen. De invulling van de afspraken wordt daarna in detail uitgewerkt. Dit kan in de statuten van de spinout of in een aandeelhoudersovereenkomst. Meestal wordt ervoor gekozen om beide documenten op te stellen, waarbij de statuten leidend zijn en de aandeelhoudersovereenkomst aanvullende afspraken bevat. Delft Enterprises neemt hierin het voortouw. In sommige gevallen is een faciliteitenovereenkomst met de faculteit nodig om de afspraken uit de term sheet meer concreet te maken.