Intellectueel Eigendom

Medewerkers en studenten van de TU Delft doen jaarlijks vele nieuwe technische vindingen en hebben legio innovatieve ideeën. Voor de meest veelbelovende worden octrooien aangevraagd om het intellectueel eigendom vast te leggen en beschermen. Een eerste stap in het proces van goed idee naar succesvol bedrijf.

Het intellectueel eigendom (IE) van nieuwe ideeën, uitvindingen en software kan beschermd worden met behulp van het intellectueel eigendomsrecht. Dit is het recht anderen te verbieden beschermde kennis commercieel te exploiteren, tenzij zij daarvoor toestemming hebben verkregen van de eigenaar. Het beschermen van intellectueel eigendom is een instrument van kennisvalorisatie.

Intellectueel eigendom omvat alle te ontwikkelen en ontwikkelde werken, kennis, knowhow, gegenereerde resultaten, uitvindingen (octrooirecht), publicaties (auteursrecht), tekeningen en modellen, ontwerpen en software. Het uitgangspunt is dat IE, dat tot stand is gekomen binnen de werkzaamheden aan de TU Delft of in samenhang daarmee, aan de TU Delft toekomen. (Zie ook de Rijksoctrooiwet 1995)

Intellectueel eigendom omvat alle te ontwikkelen en ontwikkelde werken, kennis, knowhow, gegenereerde resultaten, uitvindingen, publicaties , tekeningen en modellen, ontwerpen en software.

Octrooirecht

Octrooirecht beschermt een uitvinding, doordat de aanvrager van het octrooi, het recht heeft om andere te verbieden het proces of product maken, gebruiken, doorverkopen, verhuren, afleveren of op een andere manier verhandelen, aan een ander aanbieden, invoeren of in voorraad hebben. Zo krijgt de eigenaar van het octrooirecht de kans om de investeringen in de ontwikkeling van de uitvinding terug te verdienen.

Op het moment dat een octrooi wordt aangevraagd, moet de uitvinding, het product of het proces voldoen aan drie eisen:

> Nieuwheid: Nieuwheid houdt in dat de uitvinding vóór de datum van octrooiaanvraag nergens ter wereld openbaar is gemaakt. Ook niet door de uitvinder. Zo geldt bijvoorbeeld dat een presentatie aan derden, waaronder studenten, voorafgaand aan de indiening van de octrooiaanvraag al tot gevolg heeft dat de vinding niet meer nieuw is.

> Inventiviteit: Inventiviteit betekent dat de uitvinding een vindingrijke oplossing is. De uitvinding mag voor een vakman niet voor de hand liggen. Denk bijvoorbeeld aan een andere bevestigingsmethode. In plaats van de buizen van een schommel aan elkaar te lassen, kunnen ze ook geschroefd worden. Voor schommels kan dit een nieuwe methode zijn. Maar voor de vakman ligt het te veel voor de hand.

> Industriële toepasbaarheid: Industriële toepasbaarheid wil zeggen dat de uitvinding over een technisch aantoonbaar functionerend product of productieproces gaat. De uitvinding moet echt gemaakt kunnen worden. Zo kan bijvoorbeeld octrooi aangevraagd worden voor een nieuw soort speelkaart waarvan de kaarten makkelijker zijn vast te houden. Maar niet voor een nieuw idee voor een nieuw kaartspel.

Auteursrecht

Het auteursrecht (copyright) beschermt werken van letterkunde, wetenschap of kunst. Hieronder valt onder andere software. Het auteursrecht helpt de auteur om zijn werk te beschermen tegen misbruik door anderen. De maker van een werk bepaalt zelf hoe, waar en wanneer hij zijn werk openbaar maakt of verveelvoudigt.

Het auteursrecht ontstaat automatisch op het moment dat de maker het werkt maakt. De auteur hoeft daarvoor niets aan te vragen of te registreren. In de wet is geregeld dat de maker van een werk het auteursrecht kan overdragen aan een derde. Daarnaast zijn beperkingen van het auteursrecht wettelijk vastgelegd. Een werk is alleen beschermd met auteursrecht als het een voldoende eigen karakter heeft. Zo is bijvoorbeeld een idee niet beschermd, maar kan een uitgewerkt plan wel onder het auteursrecht vallen.

Rechthebbende

Het octrooirecht of het auteursrecht komt niet altijd automatisch toe aan de uitvinder. Voor auteursrecht geldt dat de maker (lees rechthebbende) van een werk degene is onder wiens leiding en toezicht een werk tot stand is gekomen. In het geval van een dienstverband bij de TU Delft is de universiteit rechthebbende op al het intellectueel eigendom dat door haar medewerkers tot stand komt, inclusief het auteursrecht. De bedenker behoudt wel de zogenaamde persoonlijkheidsrechten.

Bij intellectueel eigendom dat ontstaat uit werk in opdracht van derden is de opdrachtgever in veel gevallen rechthebbende. Dit is meestal vastgelegd in de overeenkomst van opdracht of de samenwerkingsovereenkomst. Voor gesubsidieerde/betaalde onderzoeksprojecten gelden aparte regels, die terug te vinden zijn in de voorwaarden en overeenkomsten die van toepassing zijn op het project. Een voorbeeld hiervan is een consortium agreement.

Intellectuele eigendomsrechten kunnen door de rechthebbende (lees de universiteit) afgestaan worden aan derden voordat ze tot stand gekomen zijn bijvoorbeeld in een consortiumovereenkomst of in een overeenkomst over een door de industrie gefinancierde promotieplaats.

Bescherming intellectueel eigendom

Het beschermen van intellectueel eigendom start bij het Valorisation Centre. Medewerkers en studenten van de TU Delft kunnen hier terecht voor het octrooieren van hun vinding. Voorafgaand aan een gesprek over de octrooi technische en commerciële wenselijkheid van een octrooiaanvraag in het onderhavige geval moet de vinding digitaal aangemeld worden bij het Valorisation Centre door middel van het elektronische Invention Disclosure Form (eIDF) via de inventor portal. Ook vindingen die eigendom van derden zijn en software worden hier aangemeld en in behandeling genomen.

Kan ik een patent aanvragen voor mijn vinding? Bekijk de IP flow Chart voor studenten

Op basis van het eIDF en een gesprek met de uitvinder wordt een inschatting gemaakt van de octrooieerbaarheid van de vinding en van het nut van octrooieren in dit specifieke geval. Daarna kan een octrooiaanvraag ingediend worden. Vanaf de aanvraagdatum krijgt de aanvrager twaalf maanden voorrang om in landen in te dienen, in aanvulling op het oorspronkelijke land van aanvraag. Dat betekent dat maximaal een jaar later nog buitenlandse aanvragen kunnen worden ingediend met dezelfde aanvraagdatum. Deze datum is onder andere relevant voor de nieuwheidseis, maar is vooral de datum vanaf welke de bescherming van de vinding ingaat.

Nieuwheidsrapport

Bij aanvraag van een octrooi kan al in het eerste aanvraagjaar een internationaal nieuwheidsrapport worden aangevraagd, waarin de claims in de aanvraag worden getoetst op de nieuwheidseis. Wanneer blijkt dat de nieuwheid van de claims moeilijk verdedigbaar is, bestaat de beperkte mogelijkheid om deze claims te herschrijven, zodat de uiteindelijke beoordeling in het verloop van de internationale aanvraag gunstiger uitvalt. In alle gevallen wordt door TU Delft een internationaal nieuwheidsrapport aangevraagd, dat negen maanden na de aanvraag beschikbaar is.

Uiterlijk twaalf maanden na de aanvraagdatum moet een indicatie gegeven worden van de landen waarin het octrooi wordt voortgezet nadat het verleend wordt. De keuze van landen bepaalt de procedure. Zo werken Europese landen samen op basis van het Europese Octrooiverdrag en wereldwijd bestaat er een samenwerking tussen landen op basis van de Patent Cooperation Treaty. In deze fase vindt een eerste beoordeling plaats van de aanvraag op de drie eisen; nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid.

Landen

Uiterlijk dertig maanden na de aanvraagdatum moet een definitieve keuze gemaakt worden van de landen waarin het octrooi wordt voortgezet nadat het verleend wordt. Er kunnen geen landen meer worden toegevoegd, het aantal landen kan nog wel verminderd worden. De definitieve beoordeling vindt plaats na deze keuze. De definitieve toekenning van het octrooi wordt per land bepaald en wordt in de meeste landen vier tot zes jaar na de aanvraagdatum verleend.

Het Valorisation Centre beheert de portfolio van intellectueel eigendom van de TU Delft. Bij nieuwe octrooiaanvragen wordt door het Valorisation Centre zo snel mogelijk na aanmelding van de vinding of de software via een business development-traject onderzocht of de vinding door de TU Delft geëxploiteerd kan worden, zij het in onderzoek voor derden of in een commercieel traject.